De natuur als vleesproducent

Door natuurgebieden te gebruiken voor extensieve landbouw kan de natuur goedkoper beheerd worden, terwijl de boeren er via voedselproductie extra mee kunnen verdienen. Een dergelijke extensieve natuurlandbouw kan miljoenen tonnen vlees produceren voor de Europese markt, natuurlijker en diervriendelijker vlees is er niet.

Door Martin Woestenburg, op 22 mei 2012 gepubliceerd op Foodlog

De scheiding tussen natuur en landbouw is in Nederland ver doorgeschoten. Terwijl in andere Europese landen Europese landbouwsubsidies worden gebruikt door natuurbeheerders en Europese natuursubsidies worden gebruikt door boeren, komt bijvoorbeeld de landbouwproductie van Nederlandse landgoederen die tot natuur zijn bestempeld niet in aanmerking voor landbouwsubsidies, afgezien van een paar uitzonderingen, waarvan het niet duidelijk hoe ze in de toekomst zullen uitvallen.

Extensieve schapenhouders die aan begrazing doen, voelen zich daardoor vaak een kameleon. Tegenover natuurorganisaties en beheerders praten ze over beheersplannen en natuurdoeltypen, en zien ze zichzelf als de verkoper van de bedreigde orchideeënsoorten die ze helpen beschermen. Tegenover andere boeren en slachthuizen zijn ze ineens vleesproducenten die praten over snits, karkasgewichten en logistiek. Doel van het praktijknetwerk Daarom eten we schaap is dan ook om hier een verbinding te leggen, tussen natuur en landbouw en tussen ecologie en economie (noot 1).

Het is om diverse redenen interessant om de extensieve landbouw niet los te koppelen van natuur en vice versa. Veel van de natuur in Europa is in de loop van de eeuwen gevormd door extensieve vormen van landbouw, zoals begrazing met schaapskudden. Het opnieuw oppakken van oudere vormen van landbouw, zoals scheperende schaapherders of driftschepers die met schaapskudden door het landschap trekken om met gras en heide als voedsel allerlei producten en diensten te realiseren, levert niet alleen een bijdrage aan het beheer van natuur en landschap, maar ook aan het behoud van de agrobiodiversiteit in de vorm van oude en vaak zeldzame schapenrassen, behoud van levende cultuurhistorie, recreatieve aantrekkelijkheid, enzovoorts.

De meest aansprekende reden is wel dat een extensieve natuurlandbouw kan voorzien in tien procent van de Europese vleesproductie met vlees dat nauwelijks natuurlijker kan zijn. Nu wordt er natuurlijk al vlees geproduceerd en verkocht dat komt van dieren die in de natuur leven. Schaapsherders verkopen vlees van de schaapskuddes waarmee ze de heide begrazen, natuurorganisaties verkopen vleespakketten van grote grazers uit natuurgebieden. In Europa zijn veel voorbeelden te vinden van initiatieven om natuurvlees te vermarkten: Kempenlam, Natuurlam, Drents Landschap, Hoge Veluwe, Stichting Taurus, Wildernisvlees, Niederlausitzer Heidelamm, South Down Lamb Company, enzovoorts. Dat lijkt allemaal klein bier, maar dat komt vooral doordat niet duidelijk is hoeveel vlees er extensief geproduceerd wordt en hoe dat zich verhoudt tot de totale vleesproductie. Er zijn gewoonweg geen cijfers van.

De stelling van Daarom eten we schaap is dat extensieve veehouderij een substantiële bijdrage kan leveren aan de productie van duurzaam, diervriendelijk en milieuvriendelijk vlees. Dat blijkt uit de volgende rekenexercitie. In Europa is er tussen de 10 en 20 miljoen hectare grasland en heide, grond die nu te boek staat als natuur. Die kosten vele miljoenen aan onderhoud, terwijl ze ook net als andere landbouwgrond een bijdrage kunnen leveren aan de voedselproductie in Europa. Hoeveel van die terreinen in Europa er nu nog begraasd wordt is niet precies bekend, maar wat wel duidelijk is dat extensieve veehouderij als een multifunctionele activiteit ook economisch gezien van belang is voor de voedselproductie. Stel dat we op deze graslanden en heidevelden via extensieve begrazing natuurbeheer koppelen aan landbouwproductie. Voor de rekenexercitie rekenen we even alleen met schapen. Gegevens komen van onderzoekers en schaapherders die bij praktijknetwerk Daarom eten we schaap betrokken zijn. Het gaat hierbij om schattingen op basis van de kennis en ervaring van de herders en onderzoekers.

Een gemiddelde schaapskudde van 250 schapen kan 1 tot 2 ton droge stof per hectare van het land halen. Dit is vooral afhankelijk van de vegetatie zelf en de manier van begrazing. Bij extreme drukbegrazing is het 2 ton, bij normale begrazing 1 ton. 7% van de droge stof die een schaap binnen krijgt, wordt omgezet in vlees. Daarbij komen we op de volgende rekensom: hectare grasland en heide * verwerking droge stof per hectare * 7% = hoeveelheid vlees.

Uitgaande van de 10 tot 20 miljoen hectare grond die beschikbaar is voor extensieve begrazing, komen we zo uit op een vleesproductie die schommelt tussen 700.000 en 2,8 miljoen ton lams- en schapenvlees. Ter vergelijking: in 2007 werd in Europa 1 miljoen ton schapenvlees geproduceerd, meestal via intensievere schapenhouderij. De vleesconsumptie in Europa is 50 miljoen ton vlees per jaar (uitgaande van een gemiddelde vleesconsumptie van 100 kilogram per Europeaan en een inwonersaantal van 500 miljoen Europeanen). 7% daarvan is lams- en schapenvlees, zo’n 3,5 miljoen ton per jaar.

We leggen graag de volgende denkexercitie bij u neer: combineer natuurbeheer met landbouwproductie en je kunt alleen al qua lams- en schapenvlees in Europa zelfvoorzienend zijn met vlees uit de natuur, diervriendelijker en milieuvriendelijker kun je het niet maken. Een gecombineerde extensieve begrazing met schapen, runderen, paarden, geiten, ezels en andere dieren zou waarschijnlijk ecologisch beter zijn en meer vlees opleveren. En dan hebben we het nog niet over de besparingen die mogelijk zijn op het natuurbeheer.

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.